Box 1, box 2, box 3? Hoe zit dat nu eigenlijk?

Inkomstenbelasting box 1 box 2 box 3

De meeste mensen in Nederland weten denk ik wel dat onze inkomstenbelasting een boxenstelsel heeft, 3 boxen om precies te zijn. Maar hoe dat nu verder precies in elkaar zit… Daar ga ik in deze blog op in.

Laten we ervoor zorgen dat je eindelijk mee kunt praten tijdens de verjaardag van je oma/opa/oom/tante…

De basis

Om even bij het begin te beginnen… Ons Nederlandse inkomstenbelastingstelsel bestaat uit de volgende 3 boxen:

  1. inkomen uit werk en woning
  2. inkomen uit aanmerkelijk belang
  3. inkomen uit sparen en beleggen

In de wet is bepaald welke inkomsten in welke box vallen en hoe deze inkomsten worden belast. Elke box heeft eigen regels over hoe de inkomsten in die box worden belast en tegen welk tarief.

Rangorderegeling

Als bepaalde inkomsten in box 1 vallen, kunnen ze niet meer in een andere box vallen. Je begint met box 1 en als het daar niet in valt, blijven box 2 en 3 nog over. De volgorde ligt vast (eerst 1, dan 2 en als laatste 3), je hebt geen vrije keuze.

Heffingskortingen

Heffingskortingen zijn een soort standaardkortingen op je inkomstenbelasting. De bekendste zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. In principe heeft iedereen die werkt recht op deze twee kortingen. 

Werk je niet? Dan heb je nog steeds recht op de algemene heffingskorting. Dit kan voordelig zijn als je bijvoorbeeld box 3 inkomen hebt of een nabetaling krijgt.

Veel mensen hebben het over de ‘belastingvrije som’ en zeggen dat je over de eerste zoveel duizend euro geen belasting betaald. Dat komt hier vandaan. Als je in totaal €1.500 inkomstenbelasting moet betalen, maar je krijgt een korting van €2.000, hoef je niets te betalen. Helaas kun je niet in de min gaan en geld van de belastingdienst cadeau krijgen.

Meer lezen over de werking (en hoogte) van de loonheffingskortingen.

Box 1: inkomen uit werk en woning

In box 1 worden inkomsten uit werk en woning belast. De meest voorkomende inkomsten in deze box zijn: winst uit onderneming, loon, resultaat uit overige werkzaamheden en inkomsten uit de eigen woning. 

Over deze begrippen zijn boeken volgeschreven, maar ik ga proberen het kort maar krachtig uit te leggen. Vooral het onderscheid tussen winst uit onderneming en loon is een grijs gebied. Hierover heb ik meer geschreven in mijn blog over de risico’s en tips voor ZZP’ers.

De onderstaande inkomsten worden belast in box 1:

  • Winst uit onderneming: je voert als ondernemer zelfstandig werkzaamheden uit en je behaalt op regelmatige basis inkomsten uit deze werkzaamheden. Voor de beoordeling of je een ondernemer bent, wordt onder andere bekeken of je meerdere opdrachtgevers hebt, of je winst maakt, of je zelf keuzes kunt maken over hoe je je werkzaamheden uitvoert en of je ondernemersrisico loopt. Lees hierover meer in deze blog.
  • Loon: loon is kort gezegd alles wat uit een dienstbetrekking (arbeidsovereenkomst) voortkomt. Een dienstbetrekking bestaat indien voldaan is aan de volgende drie voorwaarden:
    o    Persoonlijke arbeid: je verricht de arbeid persoonlijk en kunt je niet (zomaar) laten vervangen door iemand anders.
    o    Gezagsverhouding: je volgt de instructies van je werkgever op (je bent gebonden aan bijvoorbeeld een tijdschema, vakantiedagen, etc.).
    o    Loon: je ontvangt een vergoeding voor de werkzaamheden.
  • Resultaat uit overige werkzaamheden: een heel ruim begrip waar eigenlijk bijna alles onder valt, wat niet valt onder winst uit onderneming of loon. Als je arbeid verricht waarmee je het doel hebt geld te verdienen (en het vormt geen onderneming) is er sprake van resultaat uit overige werkzaamheden. Je kunt denken aan gastouderschap, klussen voor anderen en het geven van cursussen. Beleggen valt hieronder als je arbeid verricht voor de belegging. Dit geldt niet als je af en toe aandelen koopt en verkoopt of een pand verhuurt zonder veel bezig te zijn met opknappen, adverteren, etc.
  • Inkomsten uit de eigen woning: een eigen woning is kort gezegd het huis dat je hoofdverblijf is (dit kan maar één huis zijn). Je moet dan in je aangifte inkomstenbelasting het eigenwoningforfait als belastbaar inkomen aangeven, daartegenover is je hypotheekrente aftrekbaar. Lees meer over de belastinggevolgen van een koophuis.

De bovenstaande inkomsten vallen in box 1 en worden allemaal op dezelfde manier belast.

Veel mensen denken dat ZZP’ers tegen een ander tarief worden belast dan werknemers. Dat is niet het geval, maar als ondernemer zijn wel je zakelijke kosten aftrekbaar en daarnaast kun je recht hebben op extra aftrekposten (zoals de starters- en ondernemersaftrek). Hiervoor moet je voldoen aan een aantal voorwaarden. 

Tarief

In box 1 hebben we een progressief belastingtarief. Het idee is: bredere schouders dragen zwaardere lasten. Het totale inkomstenbelastingtarief (inclusief premie volksverzekeringen) in box 1 begint bij 36,65% (t/m €20.384) en eindigt bij 51,75% (boven €68.507) in 2019.

Aftrekposten

Er zijn een aantal aftrekposten in box 1, waarvan de hypotheekrenteaftrek de belangrijkste is. Een aftrekpost houdt in dat je een bepaald bedrag van je belastbare inkomen mag aftrekken. Hierdoor betaal je dus over dat bedrag geen inkomstenbelasting.

Als jij €100.000 per jaar aan belastbare inkomsten in box 1 hebt en je hebt een aftrekpost van €1.000, betaal je over die €1.000 geen 51,75% inkomstenbelasting (tarief 2019).  

Op deze persoonlijke aftrekposten kun je recht hebben.

Box 2

Dit is de box waarmee de minste mensen te maken hebben. Het gaat om inkomen uit aanmerkelijk belang. Dit houdt in dat jij (eventueel samen met je partner) 5% of meer van de aandelen in een vennootschap houdt (meestal een B.V.). Als je inkomsten verkrijgt uit deze vennootschap (in de vorm van dividend), zijn deze inkomsten belast in box 2 tegen 25% inkomstenbelasting.

Dit klinkt natuurlijk heel aantrekkelijk. Als je een B.V. hebt, betaal je maar 25% inkomstenbelasting. Let wel op dat de B.V. over de winst vennootschapsbelasting (20 tot 25%) moet betalen. Als je er als aandeelhouder vervolgens voor kiest om de winst te laten uitbetalen, betaal je in privé 25% inkomstenbelasting.

Daarnaast, als je niet alleen aandelen houdt, maar ook werkzaam bent voor de vennootschap (dus je bent bijvoorbeeld de directeur), moet je €45.000 (in 2018 en 2019) als loon berekenen voor de inkomstenbelasting (gebruikelijk loonregeling). Hierover betaal je de tarieven die gelden in box 1. Van het bedrag van €45.000 kan in bepaalde gevallen worden afgeweken.

Box 3

In box 3 worden inkomsten uit sparen en beleggen belast. Indien je woning niet in box 1 valt (het is niet je eigen woning, maar een tweede woning) valt deze in box 3. Hetzelfde geldt voor aandelen die niet in box 2 vallen (minder dan 5% van de aandelen in een vennootschap), deze vallen in box 3. Zo ook je spaargeld.

Het is belangrijk je te realiseren dat een huis dat je bezit altijd in box 1 óf in box 3 valt. Als je er woont in box 1 en als je er niet woont in box 3. Als je het verhuurt, betekent de box 3-belasting een lager rendement. Lees hierover meer in mijn blog over de belastinggevolgen van het verkopen en verhuren van een huis.

Vrijstelling

In box 3 geldt een vrijstelling van €30.360 per persoon (in 2019). Als je fiscale partners bent, kun je de vrijstelling vrij aan elkaar toerekenen dus bijvoorbeeld €60.720 aan de één en €0 aan de ander.

Tarief

Box 3 kent een hele aparte regeling. Er wordt namelijk uitgegaan van een fictief rendement. Dit houdt in dat de belastingdienst aanneemt dat je een bepaald rendement behaald met jouw box 3 vermogen. Dit hoeft dus niet écht het geval te zijn. Het fictieve inkomen wordt vervolgens belast tegen 30% inkomstenbelasting.

Tot het jaar 2018 ging de belastingdienst uit van een fictief inkomen van 4%. Er werd aangenomen dat jij met jouw vermogen een rendement van 4% behaalde. Als je hierover 30% betaald, kom je uit op een uiteindelijk bedrag van 1,2%.

Vanaf 2018 zijn de percentages voor het fictieve inkomen in drie schijven ingedeeld. Het varieert nu (in 2019) van 1,935%  (tot en met €71.650) tot 5,6% (vanaf €989.736). Als je daarover 30% berekent betaal je uiteindelijk tussen de 0,58% en 1,68% over het vermogen.

Schulden

Schulden (bijvoorbeeld een studieschuld) zijn aftrekbaar. Indien je woning in box 3 valt, is de hypotheek op deze woning ook aftrekbaar in box 3 (de hypotheekrente is dan niet aftrekbaar in box 1)

Lees meer over het verlagen van de box 3 belasting.

Samenvatting

Belastbare inkomsten vallen in box 1, 2 of 3. 

De meest voorkomende inkomsten zitten in box 1: winst uit onderneming, loon en de eigen woning (je hoofdverblijf). Deze inkomsten worden belast tegen maximaal 51,75% (in 2019). Er zijn een aantal persoonlijke aftrekposten waaronder de hypotheekrenteaftrek. De ondernemer die aan bepaalde voorwaarden voldoet heeft recht op extra aftrekposten (de ondernemersaftrek).

In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang (5% of meer van de aandelen in een vennootschap) belast tegen 25%.

In box 3 worden inkomsten uit sparen en beleggen belast. Het vreemde is dat wordt aangenomen dat je spaargeld en beleggingen inkomsten genereren (fictief rendement) terwijl dit niet zo hoeft te zijn. Het uiteindelijke percentage dat je aan belasting betaald ligt tussen de 0,58% en 1,68% over je vermogen. Er bestaat een vrijstelling van €30.360 per persoon (cijfers 2019). 

Laat hier je reactie achter!

Close Menu